maandag 10 april 2017

Ondraaglijk licht


Wespen zoemen. Kippen kakelen en meneer de Haan kukelt opgetogen. Hij heeft het naar zijn zin. Zijn hennen leggen lekker en hij krijgt alle aandacht. De geitjes hebben samen met de kippen, de honden en de poezen nu ook toegang tot mijn hele terrein en er wordt niet meer gemekkerd maar gemaaid. Bloesem wolkt, er is gras, er is opkomend onkruid en er zijn paardenbloemen in grote getale. De lente is losgebarsten!

Ook mijn Franse lente kriebelt. Eindelijk. Na een waanzinnig jaar van borstkankerbehandeling, een emigratie, vier verhuizingen én een ijskoude winter met veel sneeuw is nu de zon doorgebroken. En hoe! Het licht is meedogenloos, bijna onverdraaglijk. Zijn mijn littekens nog te vers? Kunnen mijn longen niet meer helemaal vrij ademen? De bestraalde huid rond mijn gehavende borst en de borst zelf doet zeer. Het steekt. Het klopt. Het werkt... Je ziet er bijna niets van hoor, er is een mooi afgewerkt litteken en haast geen verschil met de andere borst.

Docteur Fournier heeft vakwerk geleverd naast dat ik me hem herinner met een brede lach en een hart vol menselijkheid in de steriele en plastische omgeving van het ziekenhuis in Chalon-sur-Saône. In de zomer zie ik hem weer, voor een controle. Zo werkt het protocol 'in mijn geval.' Ik heb al een zo'n gesprek gehad met mijn oncoloog, Docteur Rambach, de jonge, fris ogende vrouw waar ik eerder over schreef in een blog. We waren snel uitgepraat maar ik mocht weer  met de taxi. Zo was het toch een leuke middag.

Hoe het met me gaat? vroeg ze. Goed. Wat ik voel, denk en ervaar is normaal in de eerste tijd na de behandeling. Het enige waar ik een klacht over had was het feit dat die beloofde krullenbos uit is gebleven. Mijn haar is zelfs dunner en steiler dan ooit en héél zacht maar hé, ik leef en ik heb er zelfs alweer een keer gel in gedaan. Nooit gedacht dat een verzorgingsproduct een bijzonder moment zou markeren in mijn leven. Ik ben altijd zo naturel.

En hoe bevalt de hormoontherapie? Prima. Ik word er vreemd genoeg stabiel van. De overgangsklachten die door de chemotherapie opgewekt waren blijven sinds de kuur begon uit. Ook psychisch lijk ik vreemd genoeg beschermd tegen de pieken en dalen van stemmingswisselingen. Zo zitten er opnieuw voordelen aan wat me overkomen is. Maar misschien komt dat nog, het effect van hormonen op langere termijn is ongewis.

Of hoe ik me voel wijt ik niet alleen aan de medische behandeling of de invloed van de hormoontherapie. De rust en de ruimte van de Morvan doen hun werk. De mensen zijn anders, relaxter, de omgeving is geruststellend groen en je doet hier meer aan je huis en je tuin (hout sjouwen, maaien enz.) maar het voelt anders dan in Nederland. Er is geen stress, het levenstempo ligt lager, de in Nederland meest voor de hand liggende dingen gaan hier niet snel. Dat kan een bron van ergernis zijn, ik heb bijvoorbeeld vijf maanden gedaan over het openen van een simpele bankrekening en drie maanden over de overschrijving van mijn auto maar het einde is in zicht. Met een typisch Nederlandse instelling had ik me kapot geërgerd over de bureaucratie en de traagheid van het systeem maar ik woon hier en probeer me dus aan te passen. Een Franse houding betekent de mond vol hebben over de gang van zaken maar ondertussen een Pastis inschenken en afwachten tot er aan de andere kant wat vooruitgang geboekt wordt. Geduld, het leven gaat snel genoeg en die mentaliteit bevalt me uitstekend.


 Balkonscène met Romeo, Juliette en Régis


Het valt mezelf pas op hoe verfranst ik ben na mijn jaar Frankrijk als er Nederlandse vrienden langskomen. Ik herken de verhalen die ze vertellen, ik herken er de Nederlandse snelheid en efficiëntie in maar wat ik ook merk is weerstand. Ik ben niet voor niets in Frankrijk gaan wonen, ik wil niet meer meegaan in teveel doen en jezelf voorbij rennen.
Het verneukeratieve is (heerlijk om dat woord eens te gebruiken, ik heb het altijd leuk gevonden) dat je als je altijd alleen in Nederland bent en nooit over de grenzen komt, je niet door hebt hoe je wordt meegezogen in dat snelle leven. Zelfs in de relatief rustige Achterhoek, zelfs in het Oosten of het Zuiden van het land komt het voor. Je merkt pas hoe Nederlands het is als je weg bent en hoe langer je weg bent, hoe meer je het merkt

Dus ik zit hier goed. Dat is geloof ik de moraal van dit verhaal. Het kriebelde vanmorgen bij het opstaan en dan moet het eruit. En waarin het ondraaglijke van het lentelicht schuilt dat op mijn wortels valt? Ik denk dat mijn Franse huid mij niet goed beschermd, hij is door de bestraling letterlijk beschadigd maar figuurlijk ook niet meer zo dik als toen ik nog in Nederland woonde en het gevoel had niet zonder te kunnen. Ik heb ongemerkt mijn oude dikke huid afgelegd, hij is langer niet nodig, ik wil hem niet meer gebruiken. Open leven met oog voor de natuur en de schoonheid van Morvanse stilte en de mensen die hier wonen past beter bij me. Ik kan er niets anders van maken: ik heb mijn Vuurdoop gehad. (Voor het bestellen van de dichtbundel onder dezelfde naam kunt u even op mijn website kijken: www.Pays-Sas.nl)  


zondag 19 februari 2017

Hondenleven





Er was me iets overkomen en het was, ik weet niet hoe ik het moet zeggen, maar het was of ik bevroor. Nu wil ik ontdooid worden.

Uit: Alles heeft een reden, Mira Kirshenbaum



Wie weet waar het evenwicht is tussen doen wat je wilt en doen wat je kunt? Ik ben nu ruim een maand klaar met de laatste bestralingen en in de ruimte die ontstaat borrelen nieuwe ideeën op uit de bron die een tijdje opgedroogd leek, stilgelegd door de harde realiteit van de behandeling. Toekomstplannen lonken! Ik ben een dromer en laat me graag verleiden, misleiden en er zelfs door in de val lokken en dat is wat er de laatste tijd gebeurt. Keer op keer. Mensen die me iets beter kennen zien het aan maar zeggen niets. Ik ben degene die zich moet herpakken na zon heerlijke fase van plannenmakerij maar ik voel het wel, hun wijselijk zwijgen. En ik hoor van binnen ook heus wel de twijfel, die stem in mijn hoofd die vraagt zou je dat nu wel doen?



Ik ben een doener, geen denker. Een dromer en een doener. Pas als ik iets doe dan kom ik erachter of iets werkt of niet. Er zijn veel denkers om me heen die liever wikken en wegen en dan op hetzelfde uitkomen maar het proces is anders. Ik was lang geleden met een goede vriendin in Frankrijk op vakantie. We zaten samen met mijn honden in het huisje van haar ouders en we zouden gaan wandelen. De kaart van de omgeving lag voor ons. Ik had mijn jas en schoenen al aan en stond te wachten maar zij liep eerst alle mogelijke routes op de kaart af, dan zei ze dingen als we kunnen zo en zo gaan, dan…’ of als we nu hier daarheen gaan en daarna…’
Honden zijn net als ik. Als ik het woord spelen gebruik of oma komt zo of eten dan verwachten ze dat het à la minute gebeurt. Zij leven niet in de toekomst of verleden. Ik ben diep van binnen ook een hond als ik me niet laat verleiden door mooie plannen en ideeën. Om te herstellen van de behandeling laat ik mezelf maar eens een tijdje los rond lopen, vrij snuffelen in mijn nieuwe leefomgeving. Aftasten wat ik kan want ik weet het niet meer.




Over twee weken komt Juliette bij ons wonen, kleine lieve Juliette die eigenlijk Nati the Hope heet want ze heeft een stamboom. Onze ontmoeting vorig weekend leidde zelfs bij de fokster tot tranen, het was een wonder hoe dit hondje van vijf weken op mij reageerde en ik op haar. Een verborgen schoonheid in het nestje, stil en onopvallend vergeleken met haar brutalere broertjes en zusjes. Ik zag haar bij binnenkomst meteen en verder alleen maar haar. Toen ik haar aandacht vroeg waggelde ze naar mijn uitgestoken hand. Ik smolt en wist dat het goed was.

Als iets in het leven mij ontdooit en dichter bij mijn gevoel brengt, dan is het dit kleine puppy. Dus dan weten jullie het: ik ga voorlopig een hondenleven leiden. In alle rust en zonder iets met al die ontkiemende ideeën te doen die op blijven komen. Een helse taak en dan is het nog niet eens écht lente! 



maandag 6 februari 2017

Vuurdoop



Twee kleine lichtpuntjes loeren naar me. Ze komen uit de donkerste hoek in de entreekamer, waar normaal nooit een lamp of kaars brandt en overdag geen licht valt. Kafkaiaanse visioenen. Iets wil bezit van me nemen, me van binnenuit opeten. 
Er was vandaag al iets vreemds aan de hand: de luiken van een van de drie ramen stonden open toen ik beneden kwam. Het was pas half zes, nog stikdonker buiten en ik schrok van mijn eigen bewegende spiegelbeeld. (Ik schrijf mijn eigen omdat er in La vie en rose iemand voorkomt die vaak druk is met zijn zelfbeeld en regelmatig in de spiegel kijkt. Maar deze ochtend was ik het dus echt zelf!)

Elke avond doe ik de luiken dicht. Had iemand ze van buitenaf opengedaan om naar binnen te gluren? Dat kan niet, ze zijn alleen te vergrendelen vanaf de binnenkant. Werd ik gek? Waren er inbrekers langs geweest? Maar er wonen in dit gehucht nauwelijks mensen, laat staan inbrekers en mooie nieuwe spullen bezit ik niet. Alleen mijn littekens zijn nieuw maar die wil toch niemand hebben.

Ik was er niet gerust op. Ons waarnemingsvermogen wordt in deze roerige politieke tijd genoeg op de proef gesteld. Het krijgen van waanbeelden kan echter ook met de hormoonkuur te maken hebben. Er zit een waslijst bijwerkingen bij die maken dat ik mijn gevoelige geestesgesteldheid meer dan voorheen in de gaten moet houden. (Voor zover dat als auteur gaat want je verplaatst je zoveel in je romanfiguren dat je soms echt niet meer weet wie je bent.)

Blik op winters Athez met links mijn huis, groentekas en geitenstal.

Van tevoren had ik de dingen mooi bedacht. Dit zou een periode van Nieuw Leven worden: ik zou grenzen aftasten, uithoudingsvermogen kweken, fit worden zoals ik vroeger was, slank en kerngezond omdat ik uitgebalanceerd ben gaan eten en meer beweeg... 
Mijn nieuwe Franse huis zou ik met een big smile openstellen op een knallende housewarming... Ik zou die lieve taxichauffeurs ontvangen, net als de buurtbewoners in Anost, nieuwe en oude vrienden in nieuwe jasjes. Vol verve zou ik mijn eerste dichtbundel presenteren. Trots laten zien wat ik in huis heb op dit gebied. Iedereen zou welkom zijn in de zomer, 'zet je tent maar ergens in de tuin zou ik enthousiast zeggen en gids voor wandelingen zijn. Dit had ik me allemaal voorgesteld voor nu, de periode na mijn borstkanker...
Maar ik weet het allemaal niet meer. Ik weet niet hoe ik fysiek uit deze periode kom, of mijn energie terugkomt of niet. Voorlopig ben ik moe, vooral als ik me te lang omgeef met mensen, hoe lief ze ook zijn. Misschien lig ik over een half jaar weer in het ziekenhuis, dat hoopt niemand maar niets is zeker. Wat ik wel weet is dat ik veel weerstand voel. Ik wil geen leven in voorlopigheid. Een leven op de pof ís voor mij geen leven, het ware leven is hier en nu want voor je het weet is het voorbij. Aanvankelijk leek mijn weerstand me af te remmen, lebensraum in te perken maar het tegendeel is waar. Door het loslaten van alle 'ik zie je volgende week misschien wel' en 'bel maar terug als je wilt' ontstaat er juist ruimte.
Ruimte om te groeien.

Weerstand beschermt tegen 'teveel hooi op de vork,' tegen overbelasting van de geest, tegen teveel willen met een haperend lichaam dat rust nodig heeft. Geen zin hebben in dingen en 'al moe worden bij het idee' zegt iets over de grenzen van kunnen. Dat doet me denken aan een klein kannetje dat ik in 2014 in boekhandel Broese aan Arthur Japin gaf, de vriendelijke schrijver wiens lezingen ik graag volgde. Ik probeerde altijd iets voor hem mee te nemen, dankbaar voor zijn woorden die me diep raakten en hielpen op mijn eigen weg. Het was een klein melkkannetje dat ik op een Franse rommelmarkt had gekocht. Ik gaf hem dat zodat hij er altijd vertrouwen uit kon schenken, kunnen uit een bodemloos kannetje. Hij was ontroerd maar ik weet niet of hij het nog steeds heeft. In 2015 kwam ik zelf een grote versie tegen en deze staat nu hier, vol briefjes met dromen en wensen die ik graag achterlaat op verschillende plekken want je weet maar nooit. En tot dusver heeft de grote kan al mijn verhuizingen doorstaan.



Er komt dus geen leuk georganiseerde boekpresentatie van mijn dichtbundel. De titel is ook veranderd. Zinspelingen paste niet langer, die naam gaat me teveel over het proces van dichten terwijl ik wil dat het op het eerste oog al over inhoud gaat. Verdieping is wat ik als dichteres wil bereiken, niet door alleen 'te spreken over' maar door de diepte in te springen. Ik heb niets meer te verliezen... Vuurdoop is de nieuwe titel!

Mijn eerste dichtbundel omvat dertig oude en nieuwe gedichten die ik heb geschreven in de afgelopen zeven jaar. Vanaf de lente is hij in ieder boekhandel te bestellen voor 14,95 onder ISBN-nummer 9789402153712. Ik publiceer Vuurdoop net als Stille taal via Printing on Demand bij Brave New Books. Bij elke bestelling wordt er een exemplaar geprint dus ik hoef niet te investeren in stapels boeken.

En die kafkaiaanse taferelen? Ik heb gemerkt dat Jérémie (mijn rode kater) een nieuw plekje gevonden heeft. Hoog in het donker op mijn cd-kast houdt hij mijn reilen en zeilen in de gaten. Soms geeuwt hij wat of strekt hij zich lui uit. Ik vroeg hem hoe het kwam dat de luiken die nacht open hadden gestaan. Hij grijnsde.  


donderdag 12 januari 2017

Uitbuiken

Dat was het dan Madame Kruuuiiize, uw Plat du jour van begin mei. Lege borden in de afwasmachine, in de eetkamer ruikt het nog naar bestraalde huid en er schijnt licht: de kaarsen zijn niet geheel opgebrand. Op het aanrecht staat een restje in een Tupperwarebakje af te koelen. Buiten stroomt de regen van het afdak boven mijn terras, code orange vanavond in alle vier de departementen van Bourgogne. Het kan mij niet schelen, hier is een zware storm voorbij en de luwte die lang naar mij lonkte, nabij.

Een zwangerschap lang heeft de behandeling bij elkaar geduurd. Maanden van onderzoeken en scans naar de eerste operatie waarbij klieren weggehaald zijn en het implantaat voor de chemotherapie geplaatst is, zes chemokuren, een tweede operatie voor het verwijderen van de twee tumoren en nog wat extra klieren en morgen krijg ik de drieëndertigste en laatste bestraling. Met de hormoontherapie ben ik deze week vast begonnen, in de overgang was ik door de chemotherapie toch al.

Dus hier zit ik dan, wat vervreemd voor me uit te staren aan deze Franse keukentafel, ingetogen en uitgelaten tegelijk. Er is zoveel: een nieuw land, een nieuw huis, mijn ouders in de buurt, oude en nieuwe vrienden en vriendinnen hier en via Skype, onder en naast me op het kleed die twee geweldige snurkende honden, twee lieve kroelpoezen doen hun tukje op de bank, achter het huis staan de dwerggeitjes droog onder hun afdak, er zijn kippen op komst, in de vijver onder het ijs zwemmen vissen waar ik voor zorg en het belangrijkste er ligt weer een half leven voor me Een half leven!

De eerste tijd krijg ik om de drie maanden een consult met afwisselend de radiotherapeute, de oncoloog en natuurlijk de leukste chirurg van Frankrijk, na een jaar nieuwe echos en scans maar daarnaast is er die prachtige nieuwe zee van tijd die ik herken van voor ik ziek werd, al die leefruimte waar ik weer iets moois van mag maken! Het idee duizelt me en ik weet werkelijk niet waar ik moet beginnen. Ik voel me als gedeukt metaal van een auto na een flinke botsing maar ik ben ook de monteur die bepaalt hoeveel stoelen er terug in komen, in welke richting het stuur komt te staan en welke kleur verf op de buitenkant. Daarnaast ben ik (voor de verandering!) ook nog de chauffeur die erin gaat rijden. Een hele klus voor iemand die niet zo technisch is en erg onzeker geworden

Ik schreef het al in mijn vorige blog: er is een doel bereikt maar waar ben ik zelf gebleven? Mijn leven is me uit handen genomen waardoor ik niet meer weet hoe ik er zelf iets van moet maken. Hoe deed ik de dingen ook alweer voor ik kanker kreeg? En waar laat ik al die bijzondere ervaringen, de nieuwe verdieping en al die prachtige intensieve momenten die ik doorvoeld en beleefd heb?

Ik weet het al. Ik begin - na natuurlijk de nodige feestelijkheden dit weekend - met wat voelt als mijn hoogste prioriteit: La vie en rose, mijn tweede roman die te veel vertraging opgelopen heeft. In mijn hoofd is er in het verhaal een hoop veranderd, het perspectief en de verhaallijnen lopen anders dan eerst en het einde is niet langer meer het einde maar een nieuw begin ergens halverwege. Ja zo wil ik met het servet mijn mond afvegen en lekker uitbuiken na al dit tafelen. Als ik nu nog een ding mag belichten dan is het wel dat de schrijfster in mij er altijd bij is gebleven, zelfs op momenten dat ik zelf nergens meer was. En dat is misschien wel de mooiste persoonlijke zegening die ik kan tellen.

Moge het u allen wel bekomen.  


zaterdag 7 januari 2017

Brakke grond


Het is winter met van die mooie ijsbloemen op de vensters van mijn jeugd. Het decor is net als ik drastisch veranderd. In een zomer ben ik vijf jaar ouder en met mijn vierenveertig jaar door de chemotherapie in de overgang gekomen. Dodelijke cellen verdwenen als sneeuw voor de zon waar gaandeweg nieuwe voor terugkwamen. Ach, ieder gezond mens wisselt elke dag al zoveel cellen dat je bij het naar bed gaan nooit dezelfde persoon bent als die je was toen je opstond, zo las ik laatst. Een geruststellende en verontrustende wetenschap.




In de winter sterft de natuur, alle uiterlijk vertoon verdwijnt. Resten groente in de moestuin vriezen dood; er ligt nu alleen nog een verpapte en snotterige massa. Zelfs de geitjes lusten het niet ook al doen hun gemekker en verlangende blik het tegendeel geloven. Mekker maar meisjes, daar krijg je het lekker warm van… Een paar vrolijke bokkensprongen is het antwoord.

De bomen laten hun contouren zien, kwetsuren in de vorm van slaphangende takken en plekken waar de bast heeft losgelaten liggen bloot. De grond in de bossen en op de velden ligt brak te wachten op nieuws, maar er gebeurt voorlopig niks. De lente is nog nergens te bekennen, er valt niets te planten of uit te dragen. Dit is de tijd voor bezinning, voor terug naar je wortels voor het verkennen van de diepte op de bodem van je ziel. Los van emoties, los van gedachten of gevoelens voltrekt zich vanzelf de levensstroom die altijd haar weg vindt, als water dat in de bedding van een rivier stroomt. Het is het beste om deze dagen zorg te dragen voor die bedding, voor jezelf, voor je lichaam en je ziel. Dat is alles wat we in de winter hoeven te doen. Herinneringen en ervaringen zullen humus worden, voedsel voor de nieuwe lentekiemen en levenskracht om in de zomer te kunnen bloeien.




Ik sleep me door de laatste dagen van de drieëndertig bestralingen. Het medisch doel is bijna bereikt, de borstkanker verwijderd, hoera! maar... ergens tussen het Nederland dat ik op 25 april 2016 verliet en dit Frankrijk waar ik nog niet veel heb op kunnen bouwen is de langspeelplaat waarop ik danste blijven hangen, in een onbekende groef van bijna negen maanden waar ik de naald nu abrupt uit moet zien te krijgen. Alles wat door de ziekte uitgesteld is wacht op me: afronding van mijn emigratie, de Franse belastingdienst, het invoeren van mijn auto, de tandarts, afspraken met vrienden, Franse les, La vie en rose die in mijn hoofd al uit zijn voegen barst, de publicatie van mijn eerste dichtbundel Zinspelingen, de housewarming, kippen enz.
Nu het einde nadert vliegt het besef van wat er gebeurd is me aan. Er moest een doel bereikt, genezing. Wat rest is vermoeidheid. Dit ken ik nog niet, zó moe ben ik nog niet eerder geweest... Ik zak daarom nog maar even lekker onderuit in de verzorgende kom van de zorg waar ik geleerd heb me over te geven aan ervaren handen.
De lente komt vroeg genoeg.   

donderdag 8 december 2016

Over humaniteit gesproken (kerstblog)


Spiral wanting to become a mountain, Hundertwasser, 1961 


Hij raakt me, Hundertwasser, met zijn spiraal die een berg wil worden. Het zit hem niet in de kleuren van de verf of de vorm van de dingen. De tragiek zit in het verlangen. De herkenbare wens anders te zijn dat je bent of onder andere omstandigheden je leven te leiden.
Deze dagen rijd ik elke dag met de taxi op en neer naar kliniek Sainte Marie in Chalon-sur-Saône voor mijn laatste traject in de behandeling: de bestralingen. Ik zit op een kwart, half januari ben ik klaar. Ik stuit op ongeloof als mensen vragen hoe het gaat en ik zeg goed. Maar dat kán niet leuk zijn hoor ik ze denken…
Natuurlijk brandt het laserlicht mijn gevoelige huid, is het koud in de kamer waar de stralen vallen en is mijn agenda anders bezet dan ik zou willen. Daartegenover staan hele gezellige ritjes met vrolijke chauffeurs van mijn leeftijd. Ik voel me uitverkoren. Het is een zegen drie uur per dag Frans te kunnen spreken met mannen met baby’s, beladen relaties en baarden: ‘C’est mon poil d’hiver’ waarop ik roep dat ik deze winter ook het prille donsje op mijn hoofd maar laat staan. Het is een zegen te kletsen met vrouwen met poezen, pietluttige partners en de lekkerste kazen. Het is een zegen samen te zwijgen, te zingen, muziek te luisteren en te genieten van het landschap en de zon die in onze ogen schijnt. Ik ben hier l’étrangère en bezie de dingen anders dan zij die al jaren dezelfde wegen begaan en de blik op oneindig hebben staan.

We hebben een ander allemaal en altijd iets te bieden, onder elke omstandigheid. Sterker nog: niets is simpeler dan een ander mens gelukkig maken. Toevallig kreeg ik borstkanker en denken buitenstaanders dat ik er ondanks die kanker wat van maak, ondanks? Nee, dankzij! De kansen van kanker om meer uit het leven te halen zijn onfeilbaar en ontelbaar, als ik niet behandeld was en na een half jaar overleden had ik dat ook gedacht, die laatste maanden, ik weet het zeker. Ziek kun je worden maar slachtoffer zijn en lijden, daar kies je voor...  

Zo houd ik mijn ogen open en ja daar flitst dan weer dat laserlicht in mijn ogen, maar erachter stralen de blauwe ogen van de ‘manipulateur’ die de machine bedient, gespeeld geërgerd omdat ik wéér het voetensteuntje van de brancard schop met mijn lange Hollandse benen. 'Madame Kruize, u maakt er een zooitje van’ roept hij vrolijk en we lachen. Wat ken ik de man? Pas negen bestralingen en telkens maar een minuut of tien. Toch is er dat contact, omdat het leven dáárom gaat, hij is verpleger, ik ben patiënt, maar morgen staan we samen in de rij van de kassa in de supermarkt. We zijn allemaal mensen.

U.W.O. en Régis, 2012

Zo zegt de berg tegen de spiraal dat ze mooi rond is, ronder dan hij, dat ze naar zichzelf moet kijken, naar de schitterende kleuren van haar rode hart, de warmte van het groen en de kracht van het paars. Maar de spiraal weet van geen wijken, haar verlangen een berg te zijn is wat ze wil en wie ze ís.

Zonder dat verlangen zou Hundertwasser dit beeld niet geschapen hebben. Zonder verlangen zou ook ik nergens zijn gekomen, zeker niet afgelopen jaar. Ik ben in oktober thuis gekomen in een fijn huis met een houtkachel aan een Frans-Amsterdamse keukentafel op het platteland van de Morvan. Ik ben dit jaar óók thuisgekomen in taal, in woorden, in Stille taal, mijn eerste roman die ik in juli heb gepubliceerd of in Zinspelingen, mijn eerste dichtbundel die ik de afgelopen zes jaren schreef en eind februari 2017 op een klein housewarming feestje ga presenteren en publiceren in het bijzijn van mijn naasten, vrienden en kennissen en wie weet een of meerdere taxichauffeurs... (Uitnodiging volgt!)
Zonder verlangen is er geen leven en zonder menselijkheid geen bestaan. Fijne feestdagen!


Athez

stempelpost



de wereld is er klein

de leegte groot genoeg

beschouwen vraagt afstand

een blik vanuit een ander land



schuil ik vreemd tussen heuvels en hokjes

wankel met mijn hond over brak bevroren grond

mussen tsjilpen overal, stro voeren boeren koeien

ijl zout ik de opgewekte winter met mijn dicht

valken wonen in een toren, uilen in een kerk

over gladde wegen vluchten woedend

twee tumoren, voortaan zonder werk

toekomst laad ik in mijn wagen

klaar voor pracht en praal



kachel brandt de krant

inkt zit vast aan woorden

zwart zijn de dagen die dagen

zacht is de vacht van de hond

kaarsen geven nachten licht



zo houd ik moed:

Stille taal is er

in overvloed

vrijdag 21 oktober 2016

Lankmoedig




Jai décidé d’être heureux parce que
cest bon pour la santé.

Voltaire



In de gloed van de houtkachel ligt Romeo achter me op het blauwe bankje. Het bankje dat tijdens de verhuizing niet door de deuropening van mijn atelier paste waar ik het vooraf bedacht had, waardoor ik het terug wilde brengen naar degenen van wie ik het gekregen had. Maar Romeo ligt er zo lief in als ik aan de keukentafel zit te schrijven. En je kunt niet alles voorzien... Sterker nog, je voorziet als mens in dit leven vrijwel niets, dat lijkt maar zo!


Het is de illusie die ons laat denken dat we in de hand hebben wat er met ons gebeurt. Het is immers voor je eigen bestwil dat ze in het ziekenhuis vijf keer moeten prikken om je diepliggende aderen te vinden om wat bloed af te nemen. Je moet niks zegt Raymond, mijn huisarts, je mag naar het ziekenhuis om geopereerd te wordenHet deed er niets toe wat ik dacht in dat smalle bed in kamer B254 met uitzicht op de parkeerplaats of wat ik vond van de nachtverpleegster die nukkig mijn bloeddruk kwam meten of hoe ik de opname deze tweede keer in vergelijking met de eerste beleefde Want kankervrij mag ik nu heten! Nooit beseft dat dit een bevrijd gevoel geeft terwijl ik alleen maar terug ben bij waar ieder gezond mens zich bevindt... Of niet? De twee kankertumoren zijn uit mijn borst verwijderd en er is nogmaals een okseltoilet gedaan waardoor ik in mijn rechterarm weinig tot geen lymfeklieren (en helaas gevoel) meer heb. Hoera!


Hoera? Omgaan met een ziekte is wezenlijk niets anders dan verplicht de grenzen van wat je kunt verdragen oprekken. Verleggen klinkt te vriendelijk. Want ze trekken aan je als aan een elastiek. Je hebt je maar uit te rekken en mee te veren en te hopen dat de veerkracht in het elastiek blijft en ze je aan de andere kant niet loslaten zodat je achterover valt of het ding in je gezicht knalt. Pijn moet je verdragen. Jij wilt toch beter worden? Degene zijn die je was voordat je kanker had? Maar het is een bittere pil dat niemand je vertelt dat je nooit meer zult zijn wie je was vóór je ziek werd. Dat kan namelijk niet meer: ziek zijn doet iets fundamenteels met je. Iets wat maakt dat je voorgoed verandert, veel meer dan je zou doen als je niet ziek was geworden. En hier kun je als denkend mens weer van alles van vinden. Gedachten aan verspillen. Tegen strijden. Gevoelens van boosheid en onrecht over op laten lopen enz. Maar dat is té vermoeiend. Ik doe het dus niet meer en dat komt zo: 

De dag van de operatie lag ik urenlang en nuchter te wachten met een pijnlijk ijzerdraadje in mijn borst - dat de chirurg s ochtends had aangebracht om tijdens de operatie de tumoren te lokaliseren - tot ik geholpen zou worden en terwijl ik daar lag, veranderde er iets in mij. Ik had geen keus te gaan wandelen met Romeo&Régis of te eten met vrienden of wat dan ook maar het gaf niet meer. Ik transformeerde op de een of andere manier van iemand die eigenlijk ontzettend verwend was omdat ik tot dan toe weinig écht nare fysieke dingen had meegemaakt naar iemand die in korte tijd allerlei nare, pijnlijke en vervelende dingen had moeten ondergaan. Misschien omdat ik door het uitstellen van mijn operatie bijna 24 uur niet gegeten had. Misschien omdat de chemo mijn hersenen aangetast heeft. Misschien omdat het herfst was en alles van kleur verschiet. Misschien om wat voor reden dan ook. Maar ik rolde op dat bed door die ziekenhuisgang als een slang die haar oude huid verloor - vergeef me de weinig originele metafoor - en prikte iedere illusie door over het uitoefenen van enige vorm van invloed op of macht over mijn lot en mijn leven.

Vlak voordat ik eindelijk de koude operatiekamer in gereden werd, glimlachte ik dankbaar. Wat zou het leven voortaan makkelijk worden! Wat er ooit in mijn leven nog met me zou gebeuren, ik zou berusten, terugdenken aan deze tijd, op mijn tanden bijten en het doorstaan. Door deze meest bizarre maanden uit mijn leven; afscheid van oude vrienden, Lochem en Nederland, vier verhuizingen van noodopvang naar noodopvang, mijn eerste operatie, chemotherapie, emigreren en een hoop gedoe met banken, verzekeringen en de bijna grotesk bureaucratische manier van leven van de Fransen (ik houd enorm van ze, hoe moet ik de grote inefficiëntie van het dagelijks leven hier anders noemen?) was ik in dat smalle bed op die lange onpersoonlijke gang waar wij patiënten in een rijtje als coupés in een treintje lagen te wachten op wat komen zou, plotseling een lankmoedig mens geworden. Lankmoedig met de geur van verbrande lavendel, de zachtheid van de vacht van mijn honden met hier en daar grijze stugge haren en de bitterzoete smaak van verse pizza met ambachtelijke schimmelkaas en Morvanse honing.