zaterdag 18 november 2017

Lef


To live is the rarest thing in the world,

most people exist, thats all. Oscar Wilde

De laatste scène in La vie en rose is er een waar ik bang van ben geworden. In een soort literaire overmoed - die me heel soms overvalt als ik niet oplet - heb ik hem geschreven; soepel en als vanzelf. Ik heb hem de afgelopen dagen ook teruggelezen, hier en daar wat kleine dingen verbeterd en nu zou ik verder moeten werken, ik weet ook hoe, ik heb tijd en ruimte gemaakt, maar ik doe het niet
Natuurlijk moeten schrijvers hun woorden stilistisch kunnen fileren. Zoals een chirurg zijn patiënten minutieus opereert is een roman schrijven vakwerk leveren. Zitten en doen. Los van je eigen gevoelens of stemming, het is maar fictie en gevoelens wek je bij de lezer op, niet bij jezelf of voor jezelf. Er is een bepaalde afstand van je personages (door bijvoorbeeld niet vanuit de ik-persoon te schrijven) en je doet het met grote discipline en regelmaat.

Het is maar goed dat ik geen chirurg ben geworden. Het idee! Het is ook maar goed dat ik niet onder tijdsdruk sta om La vie en rose voor een bepaalde datum af te leveren bij een uitgeverij. Het is ook maar goed dat bij de controle vorige maand bleek dat mijn borstkanker niet is teruggekomen, dan zou ik nieuwe haast hebben om mijn derde boek de wereld in te zetten. De dingen gaan zoals ze gaan en niets is voor niets. Alles heeft een reden. Ja, alles. Als je het nu niet ziet, dan komt dat later wel.



Er zijn een heleboel mensen die denken dat ze je begrijpen, omdat je iets bij ze oproept waarvan ze denken dat jij zo bent. Ze herkennen zichzelf in jou. Die herkenning is de basis voor het beeld dat ze van jou hebben wat voor jou geen enkele waarde of waarheidsgehalte heeft, maar waarin zij jou en meestal zichzelf zien zoals zij graag willen. Het klinkt verwarrend, maar dat is het niet en het grappige is dat deze mensen soms vervallen in diepe bewondering voor iemand, maar dat is dus in werkelijkheid slechts het beeld dat ze zelf gemaakt hebben en het kan lang duren voor ze dat door hebben, soms jarenlang

Mensen doen dus iets met wie je bent, wat je doet of hoe je iets zegt, zonder dat je daar zelf iets mee te maken hebt. Het ís niet de werkelijkheid, slechts beeldvorming waar meestal ook nog een bepaalde vorm van eigenbelang aan gekoppeld is, want waarom zouden mensen je in hun beeld willen stoppen als ze daar geen belang bij hebben? Als je dit dus heel goed kunt, heet je Donald Trump en ben je een doorgedraafde president op een doorgedraaide planeet die zichzelf aan het vernietigen is, of je bent een eenvoudige schrijver. Je creëert mensen, je maakt personages, precies zoals je dat zelf wilt. Je bouwt ze op uit je verbeeldingskracht en van stukjes persoonlijkheden die op je pad komen en al is het maar een trekje in het gezicht van de buurman die hooi brengt, het kan in een personage terugkomen. Hij moest eens weten, denk ik regelmatig als ik merk dat het weer gebeurt.  

Gelukkig zijn er ook mensen - een stuk schaarser weliswaar - die je lijken te begrijpen zonder er woorden aan vuil te maken. Dat voel je. Dat zijn de mensen die uit het zicht van publiek belangeloos dingen voor anderen doen, beseffen dat er meer in het leven is dan geld verdienen of rücksichtslos huizen verbouwen. Mensen die investeren in mensen, in dieren, in honden, in elkaar, in wat werkelijk van waarde is. Mensen die zichzelf goed kennen en niet met je omgaan omdat ze iets van je willen, een talent, vaardigheid, levenservaring etc. maar omdat ze om je geven. Misschien door wat je in ze oproept, maar als dat wederzijds is dan vul je elkaar aan en heb je elkaar iets te vertellen en te leren. Dat hoeft niet in woorden uitgedrukt te zijn.



Ik ben de afgelopen tijd van mijn personages gaan houden. Ik kan ze geen kwaad doen. Ik wil ze niet kwetsen of pijn laten lijden, ze zijn leuk, creatief, inventief, origineel, maar ik ga het toch doen, want mijn chirurg heeft ook zijn mes in mijn borst gezet en daar ben ik achteraf erg blij om. Hij heeft mijn leven gered. Ik ga ook levens redden, in La vie en rose, maar eerst wat voorzichtige stappen zetten, samen met de honden in het bos moed verzamelen en van het uitzicht genieten. Soms moet het gewoon, doorgaan met een project, in het belang van de Literatuur, in het belang van kleine dromen. Een hele kluif!
  

vrijdag 10 november 2017

Stoer tutje

Terwijl mijn zelfgemaakte pizza met te veel knoflook om de deur nog uit te gaan aan het bakken is in het oventje dat ik zeker twintig jaar geleden van een lief ex-vriendje kreeg (een mens moet toch op de een of andere manier aan zijn spullen komen, nietwaar?), borrelt in mijn nog lege buik een nieuw blog. Het begint heerlijk te ruiken in de kamer, de houtkachel is voor de verandering ook lekker warm. Het kost me soms moeite om het hout goed te laten branden, het vuur genoeg op te poken, gebrek aan ervaring misschien of gebruik ik af en toe een blok wat nog niet helemaal droog is. Wat me ook weleens overkomt, is  nu we het er toch over hebben - dat ik er, omdat ik het snel warm wil hebben, té snel té veel hout in stop. Op die manier verstik ik de vlammen...

Over liefde en iemand in je enthousiasme verstikken of iets ergers aandoen gaat het hoofdstuk in La vie en rose (mijn tweede roman) waar ik nu mee bezig ben. Er zit weer schot in het verhaal. Ik geef er voorrang aan in mijn agenda nadat ik het eerste deel heb laten lezen. Maar over literatuur gaat dit blog niet, nee, het gaat over honden en de vraag of ik mijn teefje Juliette als ze oud genoeg is, een keer zal laten dekken. Want die vraag speelt mee sinds ik haar heb en komt voort uit het feit dat ze - net als Romeo en Régis - ongelooflijk leuk en lief is. On-ge-loof-lijk lief en leuk dus. Ik droom van een nestje kleine Juliettekes, mijn huis is ruim en ik hoop genoeg netwerk te hebben om goede adressen voor de pups te vinden. En natuurlijk houd ik er dan zelf ook eentje

Staatsieportret van la reine Juliette met links Régis en rechts Romeo

Juliette is een beetje een stoer tutje, een lief en zacht showmodelletje. Nooit gedacht dat ik zon soort hondje zou hebben. Van die flitsende en felle Australische herders die je op Instagramfilmpjes achter frisbees aan ziet vliegen passen blijkbaar niet bij mij. Als ik met de frisbee speel hapt Juliette stelselmatig te vroeg of ernaast als ze al de moeite neemt wat in de lucht te springen. Zo is ze dus, een heerlijk popje, een prinsesje met haar eeuwige huppeltje op het eind als ik haar geroepen heb en ze aan komt rennen om zich in mijn armen te werpen want dat doet ze, te pas en te onpas en meestal tegen mijn zere geopereerde borst aan. Maar leg dat een pup maar eens uit.

Afgelopen week gebeurden er twee dingen die me hielpen bij het nadenken over de vraag of ik een nestje met haar wil en zo ja, doen we dat dan volgens het boekje van de Franse rasvereniging of niet? Het eerste wat er gebeurde was dat ik een bericht zag dat de fokster waar Juliette vandaan komt, een van haar honden heeft laten insemineren in plaats van bevruchten volgens de natuurlijke weg zoals ze altijd deed omdat het teefje geen reu accepteerde. Zou daar dan geen reden voor zijn, vraag ik me in al mijn naïviteit af?
Het stuitte me tegen de borst zoals wel meer verhalen uit de hondenfokwereld die ik ontdek en verken, pups die weg moeten omdat de staart te kort is of de kleur niet goed of ze worden verkocht als ze oud zijn geworden om over de broodfok maar niet te spreken

Juliette is niet zo gek op andere honden als bijvoorbeeld Romeo, die gaat met iedereen aan de haal en holt heel wat af tijdens onze Doggy Dates Morvan. Zij blijft meer bij mij in de buurt en als ze holt dan is dat zeker niet voorop en ze houdt Romeo altijd in de gaten. Haar zekerheid bestaat uit het feit dat wij in de buurt zijn en dat komt denk ik ook door haar leeftijd, ze zit nu midden in de puberteit met haar tien maanden. Wie weet verandert haar gedrag richting andere honden nog wat?

Romeo springt graag een gat in de lucht

Waar ik dus op uitkwam, misschien verandert het nog, is dat ik Oudhollands gezegd schijt heb aan die strenge ras standaarden. Ik geloof niet in de maakbaarheid van een perfect hondenras... Alleen al de manier waarop honden door hun eigenaren geshowd worden op tentoonstellingen met de kop achter de oren door de riem omhooggetrokken en de staart onnatuurlijk hooggehouden! Zien jullie mij daar tussen staan met mijn oh zo lieve tutje en een vieze kraag omdat ze door het bos heeft liggen rollen met Romeo en ik in een rok en op hakken want je moet er blijkbaar zelf ook anders uitzien dan je bent; representatief noemen ze dat? Ik ben liefst op mijn representatiefst als mijn haar slaapplat zit, in mijn stoere jagersjas en op grote wandelschoenen struinend door het bos met mijn modderige tutje en haar nog modderiger broers op zoek naar paddenstoelen of doelloos in de hoop te verdwalen omdat onze boswachter zo leuk is en hij me dan kan redden. Dat is tot op heden nog niet gebeurd, mijn borstkanker heeft helaas niets gedaan met mijn goede richtinggevoel.


Dus stel dat er een nestje komt - we hebben nog twee à drie jaar de tijd - dan zal dat zijn met een reutje van haar eigen type, een drijfhond zoals een Aussie, een Border Collie, een Friese stabij of iets van een mix van deze rassen, maar vooral een die ze zelf leuk vindt, ras of geen ras. Ze mag het simpelweg zelf bepalen. En vindt ze tegen die tijd nog alleen maar Romeo leuk (wat ik volledig begrijp) dan is dat geweldig maar komt er geen nestje. Niet alleen is hij gecastreerd maar een kruising van twee merles (zij is red merle en hij blue merle) leidt tot dove en blinde pups. Dat heb ik in tussentijd mooi opgestoken van mijn verkenningstocht door de rashondenwereld die hierbij eindigt. Wij gaan voor onze eigen standaard waarbij lief, speels, een beetje stoer maar vooral zachtaardigheid prioriteit heeft boven alle uiterlijke en oppervlakkige kenmerken. Zou dat ook iets over mij zeggen?


vrijdag 20 oktober 2017

De bevlogenheid voorbij

Zes uur in de ochtend, schrijftijd. Voor me staat mijn ontbijt. Het is vandaag een bijzonder ontbijt. Koffie met Nederlandse melkpoeder, op het brood zit boter en een dikke laag zelfgemaakte kastanjepasta. De kastanjes zijn gevallen uit een van de grote kastanjebomen in de buurt. Er zitten klonten in en iets teveel zoetstof maar het is de lekkerste die ik ooit geproefd heb.

Vroeger toen ik nog een paar keer per jaar mijn heen en weertjes Frankrijk reed, gingen er altijd een paar blikjes crème de marrons mee naar huis. Voor de pasta die ik nu op mijn brood heb is het woord crème teveel eer. In industriële producten zitten zelden klonten, alle ingrediënten worden eerst flink gemaald en geperst zodat het eindresultaat soepel en strak in de blikjes en op tafel komt... Zonder voedingsstoffen, tenzij ze die nadat ze deze eruit hebben gehaald, weer in hebben gestopt. Dat we dat toch blijven pikken! Maar daar wil ik het niet over hebben.  

Herfst op de Haut Folin met Régis, Romeo&Juliette

Toen ik gisteren rond etenstijd het huis van mijn Franse vriendin en haar man binnenstapte rook ik het al. Hier werd gekookt. Hij zit in de gemeenteraad en was nog niet terug van een vergadering, zij roerde met een grote pollepel in een enorme pan waarin van alles pruttelde. Ze zoende me hartelijk en zei Ik moet het even afmaken hoor!

Ik nam plaats aan de keukentafel nadat ik haar mijn cadeautje had gegeven. Op de tafel lag een oranjeroodbruin tafelkleed meegenomen uit Afrika. Aan de muren hingen haar eigen schilderijen en zomerfotos van stralende kleinkinderen. Het huis hebben ze in 1976 als ruïne gekocht, ze waren verliefd geworden op de Morvan en hun jongste dochter was net geboren. Lange tijd bleven ze zich buitenstaander voelen. Men verkocht ze nat hout voor de kachel en niemand deed moeite hun welkom te heten. De lokale agrarische bevolking dacht dat 'die hippies' het leven op het platteland niet zouden trekken en snel weer weg zouden zijn.  

 
Saskia's drietal

De klonten zijn groot maar niet droog, wat je misschien verwacht. Smeuïg en zacht smelten ze met de boter op mijn tong. Gek hoe eten toch altijd dat Madeleine-effect van Proust teweegbrengt. Zelfs als de herinnering recent is. Want na het verrukkelijke eten uit eigen tuin en zonder vlees zijn we samen naar een optreden gegaan in een oude molen in the middle of nowhere: Le Moulin de Chazeu. Ik was er een keer eerder, in 2012, toen kampeerde ik op mijn vaste plek in het bos bij de beek op het terrein van Trudie en Ruud en vond er een zomertentoonstelling plaats. Gisteravond trad er een dichter op met een stem als Leo Ferrer samen met een zeer bevlogen cellist die improviseerde op de voordracht van de dichter. Een bijzonder hoor-, kijk- en luisterspel en als de platte houten stoel waar ik op zat niet zo hard was, had ik er de hele nacht willen blijven 

In Nederland ging ik regelmatig uit. Concerten, lezingen, de laatste jaren vooral optredens van schrijvers. In Frankrijk moet je er meer moeite voor doen, het is vaak even rijden en als je in de donkere wintermaanden in je comfortabele huis bij de houtkachel zit kom je veel minder snel de deur uit. En als je je ertoe zet, dan gebeurt er vaak ook wat. Raakt iets je

Zoals gisteravond de intensiteit van de man die de cello speelde, Didier Petit heet hij, maar hij was verre van petit, hij was lang en woest aantrekkelijk met zijn wilde grijze haardos die meebewoog op de beweging van zijn mooie sterke handen die een ritme klopten op de klankkast, dansend door de ruimte vlogen en vaardig over de snaren gleden. Ontroerend goed.


Nati the Hope dite Juliette, geboren in de week van mijn
laatste bestraling is alweer negen maanden

Dus nu wil ik ook een cello. Het is immers al vanaf dat ik klein ben mijn favoriete instrument! Of nee, les van Didier Petit, of nee, een cello én les van Didier Petit! En dan samen optreden. Ik met mijn gedichten en hij met zijn cello. Of nee, laten we mijn nieuwe kunstvriendin erbij betrekken, zij kookt en maakt de beste kastanjepasta van de Morvan, het publiek ervaart zo diverse zintuiglijke sensaties tegelijk! Of...  

Op de kleuterschool zat een klein meisje in mijn klas dat in de straat achter mij woonde. Ze rende altijd hard weg als de school uitging en wat bleek? Ze was bang voor me, niet zozeer voor mij maar voor mijn wenkbrauwen. Ik heb het nooit begrepen. Hoe kan iemand daar nu bang voor zijn? Ik ken zelf ook vele angsten maar nooit die voor de intensiteit van een bevlogen kunstenaar. Daarvan krijg ik nooit genoeg, sterker nog, ik heb het nodig voor mijn eigen werk.

Toch ben ik de grote Didier Petit niet om de hals gevlogen van geluk. Het had gekund, de verleiding was er, ik stond een moment alleen naast hem bij de borrel... Oef! Maar ik heb me ingehouden, nam braaf een stukje kastanjetaart en besefte dat niet iedereen zit te wachten op een spontane update van mijn bewogen en roerige gemoedstoestand. De cake was heerlijk! Als ik hem ooit weer ergens tegenkom dan zal ik zeggen hoe ik van zijn optreden genoten heb, dat zijn bevlogenheid en artisticiteit me inspireren. Ja, dat zal ik doen! Op een rustige manier en op volwassen toon.

Voor nu kruipt het daglicht naar binnen, mijn ontbijt is op. Het is de hoogste tijd voor een nieuw personage in La vie en rose. Want daarmee maak ik niemand bang. Hoop ik.

dinsdag 3 oktober 2017

Nederland


Het is geen gewoonte van me, weggaan om weer thuis te komen... Vorige week heb ik het gedaan, een beetje tegen mijn aard in. Want ik ben een echte stier; geef mij een omheinde wei liefst met Frans gras en ik graas wel. Ik houd van aardse dingen als lekker eten, dieren en de natuur. Ik voel me in de Morvan op mijn plaats en mijn weekje Nederland heeft dat alleen maar bevestigd. Er gebeurden echter ook onverwachte dingen...

Toen ik in april 2016 voor meer rust en ruimte uit Lochem vertrok, had ik geen idee wat er in Frankrijk op mij wachtte: borstkanker en de daarbij behorende mallemolen van ziekenhuisbezoeken plus vijf onverwachte verhuizingen. Het was gekkenwerk! Als ik in Frankrijk ben is dat een gepasseerd station, het was zo, maar ik ga verder en probeer vol overgave iets te maken van mijn nieuwe leven.


Uitzicht op Athez

Terug in Nederland was er plotseling de confrontatie met degene die ik was toen ik vertrok: dat andere mens, iemand die lange wandelingen maakte en romantische ideeën had over een leven als schrijver in Frankrijk. Ik maakte me illusies Soms buitensporig, soms niet, maar ze waren er, de dromen over andere tijden, een nieuw leven en van veel dingen dacht ik dat ze nog moesten komen. Ik verwachtte bijna niets van wat er in werkelijkheid op me af is gekomen.

Nu ik hier een tijdje meedraai, als Nederlander in Frankrijk, blijkt dat dat voor iedereen geldt die zich hier permanent vestigt. Ook al ken je de streek goed, de mensen, heb je zelfs al vrienden gemaakt: je weet niet goed waar je aan begint. Je dendert dit land binnen met je Nederlandse efficiëntie en mentaliteit van ff wat regelen maar merkt al snel dat het niet werkt.
Fransen zijn niet efficiënt, althans de meesten niet, ze nemen omwegen voor ze een doel bereiken. Ze stellen daarbij ook geen vragen - behalve als ze je beter kennen - maar zijn discreet en wachten af. Nieuwsgierig zijn ze wel en ik merk dat ik in de afwachtende stiltes die ze tijdens gesprekken laten vallen, de neiging heb meer te zeggen dan ik soms wil. Terwijl ik geen prater ben, maar een schrijver. Ik observeer liever anderen dan dat ik deelneem aan een gesprek. Ik let op iemands gezicht, hoe dat beweegt als hij praat of wat zegt de blik die zich afwendt, wat gaat er in iemand om en hoe zou ik dat op papier kunnen verwoorden?

 
De herfst doet liefdevol zijn intrede

Het is misschien de reden dat ik niet van veel vragen houd. In een gesprek doe ik gewoon andere dingen dan anderen. Er zijn mensen die graag vragen stellen, uit belangstelling maar soms ook om het niet over zichzelf te hebben. Ik begrijp ze, dat is het niet. Zo had ik me voor vertrek naar Lochem ingesteld op vragen van mensen die ik spontaan tegen zou komen en ik had ook al bedacht wat ik in grote lijnen wel en niet zou zeggen. Vrienden weten wel hoe ik in elkaar steek, daar hoefde ik me niet bij in te dekken. Het ging om de mensen die niet wisten dat ik er zou zijn en me het hemd van mijn lijf gingen vragen over onderwerpen die ik achter me heb gelaten.

Maar... Het was niet nodig! Het hemd is me niet van het lijf gevraagd. Ik ben zeker bekende gezichten tegengekomen maar voor ze beseften dat ik het écht was, in levenden lijve, was ik alweer uit beeld vertrokken. En het was verder gewoon best leuk in Nederland!
Ik heb gezien en gevoeld wat ik achter heb gelaten. Mijn liefste vrienden heb ik in mijn hart meegenomen, ze zijn op een na al bij me in Athez geweest en dat koester ik. Komend jaar wil ik ook de logeerkamer in orde hebben, zo ver ben ik nog niet. Het kost tijd een huis leuk in te richten en ik heb geen haast. Teruggaan naar Nederland hoef ik niet meer - tenzij er een noodgeval is , reden voor nog meer rust. Ik ga de social media dit najaar wat vaker laten voor wat die zijn en diepere rust creëren die een voorwaarde is voor een creatief leven. Want dat is het enige waar ik me vooraf géén illusies over maakte: als ík genoeg ruimte maak om iets nieuws te scheppen, dan ís dat er en wat er uit voortkomt zien we wel.

woensdag 13 september 2017

Opnieuw in de wachtkamer



Probeer het, Peter, durf. Het is een schandaal om niet te leven.

Uit: Vaslav van Arthur Japin



Gisteren in de wachtkamer gebeurde het weer: vrouwen klaagden dat het wachten op een consult van Dr. Fournier de charmantste chirurg van Frankrijk - al meer dan een uur duurde. Ik deed mee, natuurlijk, maar ondertussen ben ik er al zó aan gewend geraakt dat ik het hele wachten an sich een interessant verschijnsel ben gaan vinden. Waar anders kun je als schrijver mensen van zo dichtbij bespieden?

  In het begin van mijn behandeling stond ik versteld van de snelheid en flexibiliteit waarmee Dr. Fournier mij tussen volle agendas van diverse onderzoekscentra doordrukte. Ik was jong en daarmee een urgent geval waar plaats voor gemaakt moest worden. Mijn vader en ik hadden zelfs al een keer een afspraak met de anesthesist terwijl ik toen nog niet eens wist dat ik geopereerd ging worden!
Dat is de kracht van Dr. Fournier.

  De keerzijde is dat als je niet urgent meer bent - mij hoor je hier niet klagen hoor! je dus voor je driemaandelijkse controlegesprekje uren moet wachten. En dat is gek genoeg ook leuk. Mijn moeder was mee en ik kwam gisteren een taxichauffeur tegen met wie ik een geanimeerd gesprek had. Ik kon vertellen dat ik afgelopen half jaar mijn eerste kunstexpositie had gehad, een fantastisch nieuw hondje en dat ik eindelijk begonnen ben mijn huis in te richten naar mijn eigen smaak. Ook de warrige tijd na de behandeling kwam ter sprake. Hij zei dat dat logisch is, en in mijn geval helemaal, ik moest hem en zijn collegas missen!
  Dat beaamde ik volmondig: Het was niet te doen zonder de dagelijkse ritjes, ik zou er bijna weer ziek om willen worden…’  Maar daar dacht Dr. Fournier anders over. Het gaat namelijk heel goed met mijn gezondheid. De littekens zagen er mooi uit en het tekende hem dat het eerste wat hij vroeg was: hoe gaat het met je roman? Ik speel de vraag door: wereld, hoe gaat het met Stille taal?


Stille taal


De klagende vrouwen hebben iets niet begrepen. Zouden ze Dr. Fournier misschien niet naar zijn zomer hebben gevraagd, hoe het met hem zelf gaat, zijn ze niet te weten gekomen dat alle afspraken in juli verzet moesten worden omdat hij zelf geopereerd is maar dat hem dat alleen maar goed had gedaan?
  'Hij had eens goed uit kunnen rusten!' zei hij met een verlegen lach.
  Van iets vervelends maakt ook hij iets belangrijks! Iets wat draaglijk is en beter te doen. Iets waar je een beter mens van wordt. Ook hij heeft in zijn leven geleerd dat we hier niet met zn allen op een kluitje op deze wereldbol zitten om op elkaar te lopen kankeren. We hebben elkaar allemaal iets te bieden, hoe klein soms ook. Tijd. Aandacht. Een simpele vraag hoe het met de ander of diens roman gaat. Een heimelijke blik van verstandhouding of een aai over de bol van een hond.

  Onnodig te zeggen dat ik van mensen als Dr. Fournier houd. Mensen die weten dat ze de wereld iets te bieden hebben, dat ze hier niet zijn om alleen de mooie dingen te halen of ze uit jaloezie van anderen af willen pakken. Niemand wordt daar gelukkig van... Ik hoop dat ik door de dingen die ik heb meegemaakt ook zo iemand ben geworden, iemand die anderen iets te bieden heeft, hopelijk doe ik dat met mijn boeken, foto's en schilderijen, of die kleinere dingen want dan zijn de vervelende zaken in ieder geval niet voor niets geweest. Ik zou zó graag de wereld een heel klein beetje mooier maken. Meer hoeft niet. Echt niet.




donderdag 17 augustus 2017

Nazomerse dagen


Toen ik in het gras in de schaduw van de notenboom achter mijn terrein mijn zonden lag te overdenken en hevig verlangde naar tussenwegen in mijn gedachtesprongen die mijn gemoed wat minder uit zouden doen waaieren, viel me iets in. Het leek op een houvast. Een anker op de woeste baren van de zee die in mij tekeergingen, me opzweepten en me in al mijn onzekerheid zouden overspoelen als ik niet goed oplette en voor meer rust zou zorgen.


Slingers van bruidssluiers tooien zonder klagen de tuin

Want mijn liefde voor de Morvan kent deze nazomerse dagen - nu de meeste buitenlandse toeristen weer verdwenen lijkt te zijn - vele verschijningsvormen; regenbogen, ontmoetingen, de liefste buren, dit huis, het balkon, de prachtigste bloemen, pizza met honing en verse geitenkaas, celloconcerten van Bach, uilen en eekhoorns in de bomen naast mijn tuin en natuurlijk die altijd aanwezige groene heuvels, met hun in het vroege windstille ochtendlicht sluimerende bomen die zorgen voor ruimte, rust, zuurstof en geruststellende gevoelens van standvastigheid. Zij staan daar al eeuwen dus wie ben ik nietig mensje en waar maak ik me druk om? Liever maak ik de wereld lijdend voorwerp van de universele liefde die ik voel voor alles wat mijn pad kruist en mijn dromen aanwakkert. Verliefdheid op mijn Franse leven zorgt voor opzwepende behoefte aan andere uitdrukkingsvormen dan de geijkte waar ik mijn ziel al jaren mee bedien maar welke dan? en zo stuiter ik door de dagen en vooral de nachten waarin ik deels wakker lig omdat ik naar uilen moet luisteren of vallende sterren spotten want je weet maar nooit met die wensen... Ze zijn vast ergens goed voor en Régis, Romeo&Juliette houden zo van het zwoele maanlicht en de geurige geheimen van de Morvanse nachten.



Régis, Romeo&Juliette voor het huis waar we in oktober een jaar wonen 

Nieuw leven leidt tot nieuwe uitdagingen en zo ben ik met de vaart der volkeren (ik weet eerlijk gezegd niet goed wat hiermee bedoeld wordt maar ik heb geen zin het op te zoeken en het klinkt me vertrouwd in de oren dus het zal wel kloppen en iets over mij zeggen) een nieuw weblog begonnen om in het frans uitdrukking te kunnen geven aan wat in mij leeft en wat er gebeurt op die magische momenten in de overweldigende natuur. Voor wie geen frans spreekt dacht ik een oplossing te hebben gevonden in de vorm van een vertaalknop maar hij werkt niet of is kwijtgeraakt tijdens mijn verwoede pogingen met een gebrekkige internetverbinding de site op een manier te ontwerpen zoals ik voor me zag. Gelukkig staan er ook veel fotos op, wellicht een schrale troost voor hen die kennis van de Franse taal moeten ontberen (wat een gemis moet dat zijn). Je kunt mijn eerste blog 'Portraits du silence' hier vinden:

Dat wat me trouwens te binnen schoot was de eenvoudige gedachte dat ik nooit mijn rijke verbeeldingskracht zal verliezen, wat er ook gebeurt en wie er ook onbewust aan mijn zekerheden, tijd of levenslust morrelt. En wat heeft een nietig wezen als de artistiek aangelegde mens anders te doen met die kracht dan erin te geloven?

dinsdag 1 augustus 2017

Schietgebed


Het eerste wat mijn Nederlandse vriendin deed toen we op het terras aankwamen was de parasols uit de tafeltjes halen en tegen de muur zetten. Daarna schoof ze de twee vierkante tafels tegen elkaar aan en rangschikte onze stoelen eromheen. Op de automatische piloot, zonder erbij na te denken en met een efficiëntie waar je u tegen zegt. Ik stond erbij en keek er met verbazing naar.

Net zoals die keer toen ik met een ander gezelschap in een volle eetzaal lunchte en de bediening door de drukte wat langer dan gebruikelijk op zich liet wachten. Voor onze neus geurden zes slakken in hun huisjes maar we hadden nog geen stokbrood gekregen om in die heerlijke peterselie-knoflooksaus te dopen.
De Nederlandse dame die bij ons gezelschap hoorde stond op, liep naar de kast waar brood, bestek, peper en zout en stapels servetten lagen, sneed wat broodjes af, deed ze in een mandje en zette het op onze tafel. Ik kon wel door de grond zakken. Mijn familie, vrienden en ik voelen ons thuis bij Céline en Frédéric van de Auberge in Roussillon, dat is waar en ze kunnen ook heel wat hebben, dat is ook waar, maar de blikken van de Fransen aan de ons omringende tafels zeiden mij genoeg.

Leven in de Morvan


Wat zij en mijn vriendin deden is not done in Frankrijk. Je staat niet op om je eigen brood te pakken als het wat lang duurt. Je verbouwt ook niet het terras voor je plaatsneemt en je komt al helemaal niet binnen en gaat meteen zitten zonder gedag te zeggen  zoals veel Nederlanders doen. Dat soort assertieve, het-heft-in-handen-nemenacties doe je hier niet, je wacht gewoon op je beurt ook al duurt het een uur en ondertussen maak je er iets van. Of heb ik dat zelf bedacht om de wachttijden te doden? Ik klets wat af in wachtkamers, in de rij voor de kassa in de supermarkt, aan de bar wachtend op een tafeltje ook al is er plek genoeg en bij de benzinepomp waar mensen voor me aan het worstelen zijn met de knopjes van de zelfbedieningspomp. Soms bied ik mijn hulp aan wat erg op prijs wordt gesteld.

Nu klinkt het net of ik een engel ben. Dat is niet zo. Ik doe vaak iets verkeerd en zeg ook stomme dingen tegen Fransen als ik er niet op bedacht ben. Maar als ik merk dat het niet goed overkomt, dan check ik het daarna bij Franse vrienden of bij mijn lieve buren. Ik wil graag leren hoe ik me aan kan passen aan de waarden en normen van het land waar ik ben komen wonen. Beleefdheid is een groot goed in Frankrijk, respect voor elkaar en elkaars ruimte ook. Ik hoop dat de Nederlanders en Belgen die hier op vakantie komen daar eens wat meer rekening mee konden houden en respect kunnen tonen voor de mensen die hier hun hele leven al wonen, dan hoefde ik me niet zo vaak te schamen. Amen.