maandag 6 februari 2017

Vuurdoop



Twee kleine lichtpuntjes loeren naar me. Ze komen uit de donkerste hoek in de entreekamer, waar normaal nooit een lamp of kaars brandt en overdag geen licht valt. Kafkaiaanse visioenen. Iets wil bezit van me nemen, me van binnenuit opeten. 
Er was vandaag al iets vreemds aan de hand: de luiken van een van de drie ramen stonden open toen ik beneden kwam. Het was pas half zes, nog stikdonker buiten en ik schrok van mijn eigen bewegende spiegelbeeld. (Ik schrijf mijn eigen omdat er in La vie en rose iemand voorkomt die vaak druk is met zijn zelfbeeld en regelmatig in de spiegel kijkt. Maar deze ochtend was ik het dus echt zelf!)

Elke avond doe ik de luiken dicht. Had iemand ze van buitenaf opengedaan om naar binnen te gluren? Dat kan niet, ze zijn alleen te vergrendelen vanaf de binnenkant. Werd ik gek? Waren er inbrekers langs geweest? Maar er wonen in dit gehucht nauwelijks mensen, laat staan inbrekers en mooie nieuwe spullen bezit ik niet. Alleen mijn littekens zijn nieuw maar die wil toch niemand hebben.

Ik was er niet gerust op. Ons waarnemingsvermogen wordt in deze roerige politieke tijd genoeg op de proef gesteld. Het krijgen van waanbeelden kan echter ook met de hormoonkuur te maken hebben. Er zit een waslijst bijwerkingen bij die maken dat ik mijn gevoelige geestesgesteldheid meer dan voorheen in de gaten moet houden. (Voor zover dat als auteur gaat want je verplaatst je zoveel in je romanfiguren dat je soms echt niet meer weet wie je bent.)

Blik op winters Athez met links mijn huis, groentekas en geitenstal.

Van tevoren had ik de dingen mooi bedacht. Dit zou een periode van Nieuw Leven worden: ik zou grenzen aftasten, uithoudingsvermogen kweken, fit worden zoals ik vroeger was, slank en kerngezond omdat ik uitgebalanceerd ben gaan eten en meer beweeg... 
Mijn nieuwe Franse huis zou ik met een big smile openstellen op een knallende housewarming... Ik zou die lieve taxichauffeurs ontvangen, net als de buurtbewoners in Anost, nieuwe en oude vrienden in nieuwe jasjes. Vol verve zou ik mijn eerste dichtbundel presenteren. Trots laten zien wat ik in huis heb op dit gebied. Iedereen zou welkom zijn in de zomer, 'zet je tent maar ergens in de tuin zou ik enthousiast zeggen en gids voor wandelingen zijn. Dit had ik me allemaal voorgesteld voor nu, de periode na mijn borstkanker...
Maar ik weet het allemaal niet meer. Ik weet niet hoe ik fysiek uit deze periode kom, of mijn energie terugkomt of niet. Voorlopig ben ik moe, vooral als ik me te lang omgeef met mensen, hoe lief ze ook zijn. Misschien lig ik over een half jaar weer in het ziekenhuis, dat hoopt niemand maar niets is zeker. Wat ik wel weet is dat ik veel weerstand voel. Ik wil geen leven in voorlopigheid. Een leven op de pof ís voor mij geen leven, het ware leven is hier en nu want voor je het weet is het voorbij. Aanvankelijk leek mijn weerstand me af te remmen, lebensraum in te perken maar het tegendeel is waar. Door het loslaten van alle 'ik zie je volgende week misschien wel' en 'bel maar terug als je wilt' ontstaat er juist ruimte.
Ruimte om te groeien.

Weerstand beschermt tegen 'teveel hooi op de vork,' tegen overbelasting van de geest, tegen teveel willen met een haperend lichaam dat rust nodig heeft. Geen zin hebben in dingen en 'al moe worden bij het idee' zegt iets over de grenzen van kunnen. Dat doet me denken aan een klein kannetje dat ik in 2014 in boekhandel Broese aan Arthur Japin gaf, de vriendelijke schrijver wiens lezingen ik graag volgde. Ik probeerde altijd iets voor hem mee te nemen, dankbaar voor zijn woorden die me diep raakten en hielpen op mijn eigen weg. Het was een klein melkkannetje dat ik op een Franse rommelmarkt had gekocht. Ik gaf hem dat zodat hij er altijd vertrouwen uit kon schenken, kunnen uit een bodemloos kannetje. Hij was ontroerd maar ik weet niet of hij het nog steeds heeft. In 2015 kwam ik zelf een grote versie tegen en deze staat nu hier, vol briefjes met dromen en wensen die ik graag achterlaat op verschillende plekken want je weet maar nooit. En tot dusver heeft de grote kan al mijn verhuizingen doorstaan.



Er komt dus geen leuk georganiseerde boekpresentatie van mijn dichtbundel. De titel is ook veranderd. Zinspelingen paste niet langer, die naam gaat me teveel over het proces van dichten terwijl ik wil dat het op het eerste oog al over inhoud gaat. Verdieping is wat ik als dichteres wil bereiken, niet door alleen 'te spreken over' maar door de diepte in te springen. Ik heb niets meer te verliezen... Vuurdoop is de nieuwe titel!

Mijn eerste dichtbundel omvat dertig oude en nieuwe gedichten die ik heb geschreven in de afgelopen zeven jaar. Vanaf de lente is hij in ieder boekhandel te bestellen voor 14,95 onder ISBN-nummer 9789402153712. Ik publiceer Vuurdoop net als Stille taal via Printing on Demand bij Brave New Books. Bij elke bestelling wordt er een exemplaar geprint dus ik hoef niet te investeren in stapels boeken.

En die kafkaiaanse taferelen? Ik heb gemerkt dat Jérémie (mijn rode kater) een nieuw plekje gevonden heeft. Hoog in het donker op mijn cd-kast houdt hij mijn reilen en zeilen in de gaten. Soms geeuwt hij wat of strekt hij zich lui uit. Ik vroeg hem hoe het kwam dat de luiken die nacht open hadden gestaan. Hij grijnsde.  


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen